Natuur inclusieve plaagdierbeheersing

mus

Natuurinclusieve Plaagdierbeheersing!

Natuurinclusief bouwen is in!   In het kader van verduurzaming is het behoud en de ontwikkeling van biodiversiteit een belangrijk aandachtsgebied naast bijvoorbeeld energiebesparing.   Bij natuurinclusief bouwen wordt er rekening gehouden met de aanwezigheid van planten en dieren en wordt die aanwezigheid gestimuleerd en benut.

Sedumdaken gaan steeds meer een rol spelen in natuur inclusief bouwen.

Natuurinclusief bouwen

Voorbeelden van natuurinclusief bouwen zijn het aanleggen van groene gevels en daken (sedumdak), het inmetselen van nestkasten voor mussen, zwaluwen en andere vogels of vleermuizen en het afkoppelen van regenwater.

Naast de voordelen die dit heeft voor de soortenrijkdom draagt het bij aan de leefbaarheid in steden en dorpen.   In een onlangs verschenen rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving en Wageningen University & Research wordt geconcludeerd dat een natuurinclusieve inrichting van Nederland een belangrijke bijdrage kan leveren aan het realiseren van actuele maatschappelijke opgaven, zoals klimaatmitigatie en -adaptatie, (drink)waterkwaliteit, biodiversiteitsherstel en een gezonde leefomgeving.

Het natuurinclusief inrichten van de leefomgeving draagt bovendien op een positieve manier bij aan plaagonderdrukking.   Inclusiviteit gaat over onderlinge verbondenheid; de mens als onderdeel zien van het ecosysteem.   Samenwerken met de natuur, in plaats van ertegen vechten.

Past dit begrip ook in de branche van plaagdierbeheersing?
Wij denken van wel en nemen jullie graag mee in de gedachtegang van natuurinclusieve plaagdierbeheersing!

Wat houdt natuurinclusieve plaagdierbeheersing in?

Eigenlijk doen veel plaagdierbeheersers al aan de basisprincipes van natuurinclusieve plaagdierbeheersing op het moment dat zij volgens Integrated Pest Management (IPM) te werk gaan en daarbij de nadruk leggen op het voorkomen van plagen door middel van preventieve maatregelen en/of het inzetten van natuurlijke vijanden.
Met deze methode wordt in eerste instantie de habitat van het plaagdier aangepast.

Door preventieve maatregelen goed toe te passen zorg je ervoor dat de natuurlijke draagkracht van een bepaald gebied (het aantal dieren dat het gebied kan voorzien in hun bestaan) wordt verlaagd en kun je balans aanbrengen in het ecosysteem.
Een gebied met veel voedselresten en afval kan meer ratten en muizen voorzien in hun voortbestaan dan een gebied waar voedselresten en afval afwezig zijn.
De nadruk ligt dus primair op het beheersen en monitoren in plaats van op bestrijden.

Dat plaagdierbeheersers vertrouwen hebben in de kracht van preventieve maatregelen is duidelijk.   In een enquête onder 129 plaagdierbeheersers kwam naar voren dat gemiddeld 62% van de ratten- of muizenoverlast kan worden opgelost door enkel preventie in te zetten.   Wie volgens de principes van IPM werkt, is al bezig met preventie.
Maar dit is nog maar het begin. Voor de bestrijding wordt, in plaats van chemische middelen, nu nog veel met klapvallen gewerkt.

Buitengebruik van klapvallen

Klapvallen kennen aardig wat bijvangsten van niet-doelsoorten, dat hoef je een plaagdierbeheerser niet te vertellen.   Er worden dus nog onnodig veel dieren gedood die men niet wil doden.   Wanneer de vallen binnen in gebouwen worden gebruikt, beperkt zich dit vaak tot muizen.   Maar wanneer de vallen buiten staan worden er naast de doelsoorten, ook veel andere diersoorten gevangen zoals; roodborstjes, winterkoninkjes, padden, kikkers, slangen, marterachtigen en ga zo maar door.
Een vangstresultaat dat geen enkele plaagdierbeheerser in zijn registratie wil hebben.

Vooral wezels, hermelijnen en andere marterachtigen vallen ten prooi aan de klemmen. Juist die dieren zijn natuurlijke vijanden van ratten en muizen en zorgen, naast preventie, voor de noodzakelijke balans in het ecosysteem.   De huidige beheersing volgens IPM is dus nog geen natuurinclusieve plaagdierbeheersing. We kunnen véél meer doen!

Het wordt tijd dat we plaagdieren natuurinclusief gaan beheersen

Welke stappen moeten er dan worden genomen om natuurinclusief plaagdieren te beheersen?   De eerste stap is al gemaakt met IPM.
Daarna kunnen er nog vele stappen volgen.   Ten eerste op het gebied van monitoring.

Bij knaagdierbeheersing kan er bijvoorbeeld ook voor worden gekozen om eerst te monitoren met camera’s, infrarood of geluid.   Dit in plaats van monitoring met klemmen, waarvan nu nog vaak wordt gebruikgemaakt.   Pas wanneer er echt activiteit wordt waargenomen en er sprake is van overlast van ratten of muizen, zet men een bestrijdingsactie op.   Op die manier worden er preventief niet onnodig knaagdieren en andere dieren gevangen.   Ten tweede kan er meer worden gebruikgemaakt van de kracht van de natuur door rekening te houden met het natuurlijke gedrag van ratten en muizen.

Natuurlijk gedrag van knaagdieren

Door rekening te houden met en gebruik te maken van de intelligentie van dieren en hun natuurlijke beweging in de omgeving (waar lopen ze wel en waar niet) kan beheersing gerichter en doeltreffender worden ingezet.   Het gedrag en leefpatroon van knaagdieren zal dan ook een essentieel onderdeel moeten uitmaken van de opleiding.
Ten derde, kan meer worden gebruikgemaakt van het inzetten van natuurlijke vijanden door het ophangen van roofvogelkasten en het voorkomen van ongewenst wegvangen van marterachtigen.

Er is veel meer mogelijk!

Dit gezegd hebbende, kun je deze kennis doortrekken naar alle andere plaagdieren.
“Toen ik in 1985 de opleiding volgde bij de Stichting Vakopleiding Ongediertebestrijding. (SVO) leerden we van de heer Van Bladeren om insecten te bestrijden met alternatieve methoden: temperatuur aanpassen of, als dit het toeliet, delen onder water zetten, voorraden invriezen etcetera.   Ik merk dat deze methodes steeds minder worden toegepast, terwijl het een perfecte manier is om een insectenplaag te elimineren zonder het gebruik van langwerkend gif.”, aldus Alex Mars.

Wanneer de plaagdierbeheerser meer kennis krijgt over de biologie van het insect kan er veel worden gedaan aan de natuurlijke beheersing hiervan, zonder impact te hebben op het milieu. “Het inzetten van roofwantsen, roofvliegen of sluipwespen blijft naar mijn inzien ook veel te veel onderbelicht”.

De huidige beheersing volgens IPM is nog geen natuurinlcusieve plaagdierbeheersing, we kunnen meer doen!”

Soms moet je “Out of The Box” denken zonder meteen de spuit te pakken.

De huidige beheersing volgens IPM is nog geen Natuurinclusieve plaagdierbeheersing, we kunnen meer doen!   Een ander voorbeeld is het inzetten van kippen voor het oplossen van schade door huiskrekels.   Alex Mars: “Toen ik eens bij een tuinder kwam die paprika’s verbouwde in een kas en schade had door huiskrekels, heb ik hem geadviseerd een aantal krielkippen los te laten in de kas.   Het wegvangen van de huiskrekels was een onmogelijke opgave en het inzetten van chemische middelen zou de oogsttijd in gevaar brengen.
De kippen aten de huiskrekels op waardoor de paprika’s niet meer werden beschadigd.   Bovendien had de eigenaar dagelijks verse eitjes”.

Wat kunnen we nog meer doen?

Er zijn veel methodes om natuurinclusieve plaagdierbeheersing toe te passen.
Een aantal hebben we hierboven al genoemd.   Verder onderzoek naar gedrag, feromonen en andere geurtoepassingen zullen wellicht nieuwe kansen bieden.

Niet alleen bij knaagdierbeheersing en insectenbeheersing, maar ook in de vogelwering zal er een bredere kijk moeten komen op het beheersbaar maken van vogeloverlast zonder de vogelstand negatief te beïnvloeden.   De provincie zou bijvoorbeeld bij het aanvragen van een ontheffing voor het verwijderen van mussennesten verplicht kunnen stellen dat er alternatieve nestelgelegenheid moet worden aangeboden voordat de nesten worden verwijderd.   In de stad wordt er al natuurinclusief gebouwd, maar waarom wordt er dan niet natuurinclusief beheerst?

In steden vinden talloze bouwprojecten plaats, van klein tot groot en van nieuwbouw en renovatie tot herontwikkeling en transformatie.   Bij veel projecten staan duurzaamheid en energieverbruik al centraal en daarbij wordt er aan natuurinclusief bouwen steeds meer aandacht besteed.   Stedelijk groen is goed voor mens én dier.
Het zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger, huismus of gierzwaluw. Zo komen steden en dorpen pas écht tot leven!   Het beheersen van plaagdieren op natuurinclusieve wijze is in onze ogen geen bestrijding maar juist het echte beheersen van de situatie!

Goede balans tussen beheersen en bestrijden

Wanneer men een goede balans vindt tussen de natuur en ons gedrag kan er worden beheerst zonder dat men (plaag)dieren hoeft te doden.
Hier ligt een belangrijke taak voor onder andere provincies, gemeenten en woningcorporaties.   Zaken zoals het knaagdierproof bouwen en renoveren, het opruimen van vuilniszakken, plaatsen van goed ontworpen vuilnisbakken, niet overmatig voeren van dieren en het laten leven van natuurlijke vijanden, helpen mee aan het voorkomen en beheersbaar houden van plagen.   Minder maaien, of juist gerichter maaien en meer hout laten liggen geeft misschien wat schuilplekken voor plaagdieren, maar nog veel meer voor hun natuurlijke vijanden.

Bewustwording

Wanneer mensen last hebben van een beestje wordt het al gauw als ‘ongedierte’ bestempeld.   Maar wat is ongedierte als wij mensen steeds meer en meer in de natuurlijke omgeving van dieren binnendringen met bebouwing of recreatie en dieren verdrijven uit hun leefgebied?   Laten we eerlijk zijn, als je de mens weghaalt van bepaalde locaties, dan heeft ieder beestje zijn nuttige functie in de natuur.

Wij mensen zijn misschien wel het grootste plaagdier dat er rondloopt en daarom ligt de oplossing ook bij ons!!   We moeten dus aan de slag met natuurinclusieve plaagdierbeheersing!

Tekst: Alex Mars en Maite van Gerwen

Share:

More Posts

Waarom nestelen mussen zich in gebouwen?

Mussen kiezen gebouwen als nestplek omdat spouwmuren, dakranden en ventilatieopeningen perfect lijken op hun natuurlijke holtes. Deze beschutte plekken bieden warmte, bescherming tegen roofdieren en weersomstandigheden, plus gemakkelijke toegang tot voedsel. Het broedseizoen loopt van maart tot augustus, waarbij mussen meerdere broedsels grootbrengen. Nestelende mussen veroorzaken geluidsoverlast, verstopte ventilatie en hygiëneproblemen door uitwerpselen. Preventie werkt het beste tussen september en februari door toegangspunten af te sluiten met gaas en spleten te dichten. Ontdek welke locaties mussen aantrekken en hoe je diervriendelijk voorkomt dat ze terugkeren naar jouw gebouw.

Welke visuele afschrikmiddelen werken tegen mussen?

Reflecterende materialen en nep-roofdieren werken bij mussen slechts enkele dagen tot weken. Deze intelligente stadsvogels wennen razendsnel aan glimmende objecten en plastic uilen. Visuele afschrikmiddelen zijn vooral effectief als tijdelijke maatregel of onderdeel van een bredere aanpak. Ontdek waarom mussen anders reageren dan andere vogels, welke reflecterende materialen nog enig effect hebben, en wanneer professionele vogelwering noodzakelijk wordt voor blijvende resultaten.

een motmug jarmo uitvergroot

Motmuggen, Latrinevliegen en andere rioolvliegjes

Rioolvliegjes ook bekend als deltavliegjes, motmuggen of latrinevliegen, zijn kleine hinderlijke plagen die wereldwijd in verschillende habitats voorkomen, waaronder huizen, ziekenhuizen en agrarische omgevingen.Dit blog

Mussen wijken voor pepermunt, citrusschillen en etherische oliën op houten vensterbank als natuurlijke afweermiddelen

Welke geur verjaagt mussen effectief?

Pepermunt, citrus, knoflook en azijn worden vaak aangeprezen om mussen te verjagen, maar deze geurbestrijding werkt in de praktijk niet. Mussen hebben een beperkte reukzin en hun motivatie voor voedsel en nestplaatsen is sterker dan eventuele geurafkeer. Wind en weer verdunnen geuren bovendien snel. Effectieve vogelwering draait om fysieke barrières zoals netten, vogelpinnen en draadsystemen die toegang blokkeren. Bij structurele overlast of grote groepen mussen is professionele hulp met maatwerkoplossingen de meest duurzame aanpak.